De Mondige Minima Geldrop-Mierlo
Een initiatief om armoede en sociale uitsluiting in onze gemeente te voorkomen. Gemaakt voor wie het betreft en iedereen die hen een warm hart toedraagt !
Over ons - Mondige wint rechtszaak !!

10 maanden lang zat hij onterecht zonder uitkering om de onheuse bejegening door Werkplein Helmond en het passieve gedrag van eigen gemeenteraad, college en beleidsambtenaren aan de kaak te stellen. Hier zijn relaas........

Er is veel gebeurd de laatste 10 maanden en ik, als een van de "mondigen", probeer bij deze om u summier verslag te doen van de gang van zaken. Alles dat ik hier aantip is te bewijzen met documenten en in enkele gevallen met geluidsopnames.

Begin november 2010 onderga ik een rechtmatigheidonderzoek. Een dergelijk onderzoek heeft tot doel om vast te stellen of iemand nog steeds terecht een bijstandsuitkering ontvangt. Het wordt gestuurd door de mij, bij Werkplein Helmond, toegewezen klantmanager (KM). Ik ken hem uit de tijd dat hij nog voor onze gemeente werkte. Hij was toen KM van enkele mensen die ik hielp en dan moest hij iedere keer teruggefloten worden. Altijd voor zijn onheuse bejegening en soms wegens onrechtmatig handelen. Het formulier is zeer verouderd en op punten zelfs onrechtmatig. Zo goed mogelijk ingevuld stuur ik het met een relevant deel van de gevraagde gegevens en een begeleidende brief per mail naar KM. Formulier en gevraagde gegevens, compleet, worden ook per post verstuurd. In de brief wijs ik op de vele fouten in het formulier en vraag, onder andere, of dit voor KM werkbaar is. Vlak voor Sinterklaas, 3 december 2010, stuurt KM een mail en zegt vriendelijk dat een brief met verzoek om aanvullende gegevens onderweg is. De brief, die ik 4 december 2010 ontvang, blijkt een beschikking met de dreiging tot stopzetten van de uitkering als ik geen inzage geef in de afschrijvingen op mijn bankrekeningen. Ik antwoord dat hij niet het recht heeft om, ongemotiveerd, inzage te vragen in mijn privébestedingen en verwijs hem naar het ingezonden formulier, maar ook naar de richtlijnen (in ons bezit) volgens welke hij dient te werken. Alleen inkomen en bezit zijn bepalend voor het recht op uitkering. KM belt op 10 december 2010 en nodigt me uit om naar Helmond te komen. Hij wil zijn werkwijze uitleggen en ik kan dan direct mijn volledige bankafschriften, incluis uitgaven, tonen. Ik zeg hem dat hij, ongemotiveerd, mijn uitgaven niet te zien krijgt. Als ik hem vraag of hij mij dan wil uitleggen waarom hij niet volgens de, hem bij wet en fatsoen opgedragen, richtlijnen werkt is zijn conclusie dat een gesprek geen zin heeft. Vlak voor kerst, 21 december 2010, ligt de beschikking van KM op mijn mat. Per 1 december 2010 wordt mijn uitkering stopgezet wegens het niet aanleveren van gevraagde gegevens.

Verkeerde bejegening en het onnodig en onwettig eisen van inzage in het privéleven is funest voor het zelfbeeld. Onderzoeken hebben aangetoond dat onheuse bejegening de tweedeling in de maatschappij bevordert en de re-integratie (naar participatie, liefst met een behoorlijk betaalde baan) van het individu bemoeilijkt. KM weet dat hij niet naar mijn uitgaven mag vragen. In een veel later stadium krijg ik inzage in een mail van 10 december 2010, waarin een juriste van Helmond hem uitlegt dat hij alleen met gegronde reden inzage mag vragen in mijn uitgaven. Om inzage te krijgen in het uitgavenpatroon van een cliënt moet deze op de hoogte gesteld worden van de reden. Dat kan een vermoeden van fraude zijn, maar ook bezorgdheid over mogelijke schuldenproblematiek. Hoe dan ook, het mag alleen na een duidelijke motivatie. KM motiveert niet, maar gebruikt mijn weigering tot inzage toch als reden om mijn uitkering stop te zetten. Onwettig, maar niemand corrigeert hem.

Een bezwaar gaat richting de bezwaarcommissie van Geldrop-Mierlo en een klacht, i.v.m. de bejegening, gaat richting klachtencommissie in Helmond. Tussen Kerst en Nieuwjaar zoek, en vind, ik gerechtelijke bijstand via internet. De advocaat raadt me om een nieuwe uitkering aan te vragen, voor het geval dat, en ik doe dat op 4 januari 2011. Mijn uitdrukkelijke verzoek om niet weer aan KM toegewezen te worden wordt niet gehonoreerd. KM eist vervolgens wederom inzage in mijn uitgaven en gaat verder met zijn pesterij. Hij eist inzage in een rekening, waarvan hij weet dat die nooit op mijn naam stond. Het is de rekening van mijn in 2005 overleden vrouw. Daarover kunt u lezen in het boek van de mondige.

Het zou kunnen dat KM onbewust vroeg naar inzage in mijn vrouw's, na haar dood uiteraard opgeheven, rekening, maar .... Het feit dat hij, tot op heden, niet het fatsoen had om een excuus aan te bieden geeft mij het recht om zijn vraag als een pesterij en een poging tot het wrijven van zout in wonden te bestempelen.

De klacht tegen KM wordt in behandeling genomen door zijn teamleider. Dat ik hier een stukje uit mijn boek citeer moge na het citaat duidelijk worden...

Vlak na het overlijden van Yvonne wil de gemeente opnieuw een onderzoek naar mijn inzetbaarheid. De hernia, die als een zwaard van Damocles boven me hangt, speelt ook een rol. Onderdeel van het onderzoek is een psychologische test. De bejegening door de psychologe is zo allerbelabberdst dat ik een en ander ga uitzoeken. Dat het gesprek plaatsvindt op 500 meter vogelvlucht van het graf van Yvonne en dat zij niets over Yvonne wil horen, terwijl dit toch zeker invloed heeft op mijn gemoedstoestand, speelt mee. Toch gaat het mij niet zo zeer om hoe zij mij behandelt. Ik denk direct aan al die andere cliënten die zij voor zich krijgt. Het is mijn plicht om voor de minder mondigen te spreken, omdat ik het kan. Het verzoek om een kwartier met haar en haar manager te spreken over verbetervoorstellen wordt afgewezen en de psychologe krijgt een, door het bureau betaalde, advocaat toegewezen. De komende 1,5 jaar ben ik er mee bezig en zo lang stopt mijn ‘re-integratie’.De fouten van de psychologe maken het rapport onbruikbaar voor de gemeente, maar ze betalen het wel. Dat verhaal bespaar ik u. Mijn redeneringen worden vakkundig van tafel geveegd. Niet door de advocaat van de psychologe, maar door het College van Toezicht en vervolgens door het College van Beroep. Op één punt kan dit ‘College van (bescherming van het eigen) Beroep’ van het Nederlands Instituut voor Psychologen haar psychologe niet vrijpleiten. Mijn papieren bewijs is te sterk. Het bijna onmogelijke gebeurt; de psychologe krijgt een officiële waarschuwing.

Dat de manager de psychologe voor de haaien wierp om een gesprek met een klant te mijden heb ik, o.a., bekend gemaakt bij zijn bazen, omdat hij mij dwong om tegen haar in beroep te gaan. Ik kon niet anders, maar mijn hart bloedde. Of dit mede geleid heeft tot zijn ontslag weet ik niet, maar zijn volgende baan heeft veel minder allure. Hij is nu de teamleider die mijn klacht behandeld...

Op mijn vraag of hij, met het mandaat van de klachtencommissie, zijn eigen vlees mag keuren krijg ik geen reactie. Uiteraard wordt de klacht onrechtmatig, geen hoor en wederhoor en geen verwijzing naar beroep, afgewezen. Ik vind de juiste weg wel en ga in beroep bij de Regionale Ombudscommissie en voeg direct een klacht toe tegen de teamleider. Beide klachten worden aanvaard en tijdens de hoorzitting op 30 maart 2011 behandeld. Het advies van deze "zware" commissie gaat 4 mei naar mij en naar het college van B&W van Helmond. Er is vastgesteld dat de teamleider, willens en wetens, ongemandateerd en uiterst onkundig, de klacht behandeld heeft. Op 3 van de 4 punten krijg ik het gelijk (eerlijkheid is gediend door te melden dat de commissie, in een naschrift, van mening is dat een deel van mijn communicatie jegens beklaagden niet de schoonheidsprijs verdient). Op het vierde punt, betreffende KM, is de commissie niet bevoegd, omdat dit al "onder de rechter" is. Het college van B&W van Helmond is verplicht om haar reactie, zowel naar mij als naar de Ombudscommissie, te sturen, maar hoeft het advies niet te volgen.

Bezwaren gaan, tot nog toe, naar onze lokale bezwaarcommissies "sociale zaken". Na hun afwijzing volgt de rechter. Dat onze lokale bezwaarcommissies "Sociale Kamer" niet onafhankelijk zijn en hun verslagen van de, zonder publiek gehouden, hoorzittingen bewerken om te passen bij hun advies kan ik bewijzen met geluidsopnames. Tijdens inspraken en mails aan onze gemeenteraad, college van B&W en beleidsambtenaren heb ik daar vaker op gewezen en ook aangeboden om mijn bewijs in te zien.

Al bijna 2 jaar mag ik, via de achterdeur, meedenken over een nieuw te vormen onafhankelijke regionale bezwaarcommissie. Mijn belangrijkste inzet is de eis om deze voor de buitenwacht, onze burgers, zonder enige twijfel onafhankelijk te laten zijn. Op 16 mei 2011 komt het voor de gemeenteraad en in een inspraak vraag ik hen om het college de opdracht te geven om er voor te zorgen dat de commissies onafhankelijk zijn. Ook vraag ik om, door digitale opname van hoorzittingen, de huidige commissies controleerbaar te maken zo lang deze nog in functie zijn. Mijn gemeenteraad geeft de opdracht niet en laat, voor de zoveelste keer het "geen daden, maar woorden" prevaleren. Ons college beargumenteert dat zij geen vaste eisen kan stellen richting de andere gemeentes binnen het samenwerkingsverband om de "goede" samenwerking niet te frustreren en de gemeenteraad accepteert dat. Die samenwerking op "managementniveau" prevaleert dus boven het correcte gedrag richting onze burger en het door mij aangeboden bewijs van het disfunctioneren wordt niet ingezien. Een beetje begrijp ik dat wel. Door akkoord te gaan met mijn voorstellen zou de gemeenteraad toegeven dat zij al decennia lang de beperkte rapportages van de commissie "Sociale Kamer" heeft geaccepteerd en daar geen enkele controle op heeft uitgevoerd. Iets dat wel haar taak is !

Bij vele (voorzieningen)rechters, (afhankelijke) bezwaarcommissies zonder degelijk advies (waar was dat advies tot mediation !!), gelukkig bijgestaan door een goede advocaat, mag ik me verdedigen. Aan de ene kant een jurist van de gemeente Helmond, die mijn dossier niet kent en alleen maar gaat voor de "persoonlijke" overwinning door allerlei dwaze verdachtmakingen en aan de andere kant de kloppen op mijn schouders voor mijn altruïstische inzet. Mijn "geluk" een voorzieningenrechter die niet kan rekenen en ingaat op domme, makkelijk weerlegbare, verdachtmakingen. Uiteindelijk doorziet de hoogste rechter, Centrale Raad van Beroep, het mij aangedane onrecht. Hij maakt het me niet gemakkelijk, maar de gemeente gaat door het stof. Hij veroordeelt onze gemeenschap tot het ongedaan maken van alle acties tegen mijn persoon en het betalen van alle onkosten. Op alle punten word ik in het gelijk gesteld en mijn gemeenschap mag opdraaien voor de verspilde energie en uiteraard voor alle kosten, incluis wettelijke rente. De uitspraak kunt u zien in de zoekmachine van rechtspraak.nl. Type bij LJN het nummer BR6410.

Getekend door de burgemeester van Helmond ontvang ik op 2 september 2011 een reactie op het advies van de Regionale Ombudscommissie. "We zullen de klachtenprocedure nog eens onder de aandacht brengen van onze teammanagers". Geen enkel signaal naar de organisatie over de, bewust, frauderende teamleider en dus een vrijbrief voor de mis(be)handeling van cliënten. Verbaasd mail ik de burgemeester diezelfde dag om opheldering. Geen antwoord en bijna 2 maanden later, 30 oktober 2011, mail ik hem nogmaals en stuur het bewijs van de moedwillige handeling mee. Op 8 november komt wederom een uiterst zwak antwoord. "Wij zullen bezien wat er beleidsmatig of procedureel verbeterd kan worden, de kwalificatie fraude acht ik niet aan de orde". Dat mijn initiëele klacht nooit officieel in behandeling is genomen ontgaat hem. Ik laat het nog een tijd bezinken en spreek er met vrienden over. Allen zijn, zonder uitzondering, verontwaardigd. Uiteindelijk stuur ik het Eindhovens Dagblad, op 7 januari 2012, een artikel

Het "Speelhuis", een zeer markant theater in de gemeente Helmond, is tot de grond toe afgebrand. Enorm vervelend voor alle betrokkenen, kubusbewoners, zoon architect en de gemeenschap als geheel. De reportages hierover zijn mijn eerste kennismaking met een zeer aangedane burgemeester. In de mail aan de krant gebruik ik een metafoor : "Stel dat onomstotelijk vast zou staan dat een ambtenaar moedwillig de brand had veroorzaakt. Denkt u dat de burgemeester het zou durven om dan met dezelfde antwoorden te komen waarmee hij het moedwillig mis(be)handelen van onze minima toelaat ? : "We beschouwen de klacht tegen de brandstichting als een leermoment en een advies, waarop we doorgaans geen maatregelen nemen jegens medewerkers".

Om mijn recht te halen en uiteindelijk te krijgen heb ik, meestal via "die achterdeur", veel hulp gehad van ambtenaren die hun beroep zeer serieus nemen maar hun levensonderhoud niet op het spel durven te zetten.

Ik kon het me veroorloven, gesteund door de financiële back-up van moeder, stiefmoeder en vrienden, om 10 maanden zonder officieel inkomen door te gaan. De meeste cliënten hebben een dergelijke back-up niet en zullen dus moeten toegeven aan onrechtmatige eisen als zij in de handen vallen van die paar slechte ambtenaren. Het systeem en de gebrekkige interne controle lieten toe dat een rancuneuze ambtenaar mij vroeg naar inzage in mijn uitgavenpatroon, maar hoe ver zal deze gaan als hij werkelijk gebruik kan maken van zijn macht over diegene, die geen weerwoord heeft. Een persoonlijk bezoekje om iets "uit" te leggen?

Van hoog tot laag wist iedereen van het onrecht dat mij werd aangedaan, maar niemand deed iets of wist wat te doen. Aan deze onmacht zal ik, hopelijk gesterkt en ondersteund door hen die ook een toleranter en eerlijker samenleving nastreven, iets doen. Het mag nooit meer mogelijk zijn dat iemand, ongestraft en uit naam van de overheid, een ander iets dergelijks aan kan doen en/of door wegkijken toestaat.

 

Staartje .........

De Centrale Raad van Beroep doet haar uitspraak op 23 augustus 2011. Dan hoop je dat Werkplein Helmond eerbiedig het hoofd buigt, toont van haar incorrecte handelen iets geleerd te hebben en snel tot correctie overgaat. Niets van dat alles.....

Pas eind september 2011 wordt een deel van mijn geld overgemaakt. Bij de verdere afhandeling volgt het ene foutieve schadebesluit na het andere. Men blijkt, o.a., niet in staat om de wettelijke rente correct te berekenen en daarvan een navolgbaar overzicht te verstrekken. Veel communicatie volgt en uiteindelijk blijft mij niets anders dan de gang naar de bezwaarcommissie. Ik vraag de commissie om een oordeel over, o.a., de volgende zaken : 1) het feit dat men nog ruim een maand wacht om mij, na 9 maanden zonder geld, iets van de herstelbetalingen over te maken, 2) dat gedurende de gehele periode nooit een poging tot mediation is gedaan, hoewel de eigen procedure dat eist, 3) de uitbetaling van wettelijke rente over alle bedragen die ik vertraagd uitbetaald kreeg, zoals Bijzondere Bijstand, Langdurigheidtoeslag en Bijdrage Welzijnsactiviteiten, 4) een duidelijk overzicht van de uitbetaalde bedragen en hoe hierover wettelijke rente werd berekend, 5) uitbetaling van alle onkosten die ik sinds de uitspraak van het CRvB moest maken, incluis de gang naar de bezwaarcommissie en uiteraard met wettelijke rente en 6) het recht om de 4 weken vakantie van 2011, die ik door alle gedoe niet kon verzilveren, in 2012 op te nemen.

Eind februari 2012 zit ik bij de regionale bezwaarcommissie op het Werkplein Helmond.

De bezwaarcommissie wordt geacht onafhankelijk te zijn, maar heeft de schijn al vanaf het begin tegen. Zelfs mij imponeert het. De zitting is in een ruimte op het Werkplein, op enkele meters van de werkplek van de lieden die mij dit aandeden. Mijn gezondheid heeft van alles geleden en ik ben niet op mijn best. De voorzitter geeft de indruk dat hij zijn mening al gevormd heeft. Hij onderbreekt mijn antwoorden op de meest vervelende momenten, praat erg snel en helpt de Werkplein-juriste met haar respons. Met uitzondering van de meewarige blik van de 2 medeleden, voel ik geen enkel begrip of medeleven voor hetgeen mij ten deel viel. De voorzitter is duidelijk niet gecharmeerd van mijn uitgebreide correspondentie. De commissieleden, secretaris en juriste van het Werkplein worden door onze gemeenschap ruimschoots vergoed, ongeacht de uitslag, maar ik zit daar op eigen kosten.....

Een week voor de zitting heeft de juriste van het Werkplein een "foutje" ontdekt in de berekening van de wettelijke rente en er is weer wat geld overgemaakt. Tijdens de zitting toon ik aan dat ook bij deze laatste berekening de rekenkundige kwaliteiten van haar afdeling faalden.

Per brief van 15 maart 2012 word ik genodigd voor een gesprek op het Werkplein op 26 maart 2012, onderwerp:”Mijn mogelijkheden om deel te nemen aan de samenleving”. Ik ben verplicht om te komen en gevraagde inlichtingen te verstrekken. Er wordt gedreigd met een maatregel, korting op uitkering, als ik niet kom. Met mijn dossier wordt geen rekening gehouden, het z.g. "maatwerk" wordt weer eens niet toegepast. De brief gaat naar iedereen, zonder rekening te houden met hun status, gemoedstoestand en eventuele afspraken met de persoonlijk begeleider. Het is dus ook een aanfluiting richting de eigen medewerkers. De brief is ondertekend door de heer M. van de V., afdelingsmanager Werk en Inkomen. Met een kopie aan mijn wethouder Sociale Zaken gaat mijn, geanonimiseerde, reactie richting afdelingsmanager. Tot het moment dat ik besloot om ook dit openbaar te maken, 28 november 2014, geen enkele reactie, geen enkele behoefte om uit mijn ervaring enige lering te trekken, maar… Geen verdere “dreigbrieven” over mijn afwezigheid en geen maatregel, dus ze hebben het wel gelezen.

Eind maart 2012 ontvang ik het besluit van mijn college, getekend door mijn eigen burgemeester en haar secretaris. Zij moeten afgaan op de bevindingen van de commissie. In haar uitspraak gaat de commissie alleen in op de verkeerd berekende wettelijke rente en natuurlijk moet mij nog iets nabetaald worden. Over het "gedrag" van Werkplein Helmond, mijn extra onkosten en de wettelijke rente over de andere bedragen wordt geen advies gegeven. De gederfde 4 weken vakantie van 2011 kan ik, met drogredenen, op mijn buik schrijven. Ik kan bij de rechtbank in beroep tegen het besluit. Men verzoekt me om, voordat ik een dergelijke stap maak, contact op te nemen met eerder genoemde juriste van Werkplein Helmond. Nota bene het "rekenwonder" dat continue de zaak vertraagde met haar insinuaties en weigerde met me in gesprek te gaan, ondanks meerdere verzoeken.

Voor de paar honderd Euro die ik er uiteindelijk bij inschiet zal ik geen rechtszaak meer beginnen en de 4 weken vakantie van 2011 had ik gebruikt als "vrije" tijd. Het heeft mijn gemeenschap voldoende gekost en mijn burgemeester zal ik met mijn persoonlijke zaak niet direct belasten. Uiteraard neem ik deze ervaring mee in mijn verdere voorstellen aan mijn gemeenteraad.

Voor langere tijd kan ik niemand bij het Werkplein meer vertrouwen. De "rotte appels" krijgen nog steeds vrij baan en ik ben duidelijk een doelwit. Ik zal mij blijven inzetten voor een verbetering van deze situatie en zal u, als u iets dergelijks overkomt, graag bijstaan. Let wel, ik laat me niet voor rancuneuze wagentjes spannen en zal altijd het algemeen belang voor ogen houden.